woensdag 24 december 2025

Nieuwjaarsboodschap: van diploma-denken naar mens-denken

Als je om je heen kijkt, zie je iets opvallends. We praten voortdurend over tekorten: in de zorg, het onderwijs, de techniek. Er gaat veel geld naar werving, zij-instroom en nieuwe routes, maar tegelijk houden we vast aan een strak idee van hoe ontwikkeling hoort te verlopen: eerst een opleiding, dan een diploma. Liefst in de juiste volgorde.


Na corona klonk het vaak: jongeren hebben een achterstand opgelopen die niet meer is in te halen. Dat is een stevige en eerlijk gezegd ontmoedigende uitspraak. Want wat zeggen we dan eigenlijk? Dat een moeilijke periode je blijvend definieert? Dat leren alleen telt als het volgens planning verloopt? In de praktijk bij Vigor zien we iets anders: nieuwe paden, tegenslagen, omwegen en pauzes horen bij het leven. Ontwikkeling verloopt zelden in een rechte lijn. Welke boodschap geven we jongeren mee als dit het dominante verhaal is? Dat een periode van tegenslag hen blijvend definieert? Dat ze een achterstand hebben die nauwelijks nog in te halen is? Het risico is dat we problemen vooral individualiseren, terwijl de vraag misschien eerder zou moeten zijn: biedt ons systeem wel genoeg ruimte voor verschillende ontwikkelpaden? Wat bereiken we eigenlijk met het cultiveren van slachtofferschap, terwijl er zoveel mooie richtinggevende verhalen tegenover kunnen staan?

Per 1 januari 2026 treedt de Wet van school naar duurzaam werk in werking. Deze wet moet jongeren tot 27 jaar beter begeleiden naar een duurzame positie op de arbeidsmarkt, vooral door diploma’s centraal te stellen en met extra aandacht voor kwetsbare groepen. Het streven naar kansengelijkheid is terecht en nodig. Tegelijkertijd weten we dat opleidingen lang niet altijd aansluiten bij de praktijk of bij persoonlijke omstandigheden. Wordt een opleiding onderbroken, dan blijven eerder opgedane kennis en vaardigheden vaak nauwelijks erkend. Behaalde mbo-onderdelen zijn beperkt overdraagbaar en bieden zelden een stevige basis om elders door te bouwen. Besteedt beleid genoeg aandacht aan systeemuitdagingen, of laten we uitgevallen jongeren individueel de strijd voeren om een diploma – met een minderwaardigheidsgevoel tot gevolg? Systeemoplossingen ontstaan alleen als de overheid redeneert vanuit maatschappij- en arbeidsmarktvraagstukken, niet vanuit gevestigde belangen. Met welke bril kijk je naar schooluitval, de stijging van onbekostigd onderwijs of EVC’s? Als bedreiging van het reguliere onderwijssysteem of als symptoom van iets diepers? Zie je een schooluitvaller wel als volledig persoon als je alleen maar diens kwetsbaarheid benadrukt en hem of haar als ‘mislukt halffabricaat’ terug het productieproces (lees: regulier onderwijs) in duwt?

Die manier van denken zien we op veel plekken terug, ook in de zorg. Neem het voorbeeld van een jonge vrouw die start met mbo-4 verpleegkunde en het goed doet in haar opleiding en bij haar bijbanen. In haar derde jaar raakt ze zwanger en krijgt een kind. Soms krijgt ze goedbedoelde opmerkingen over niet rationeel handelen en wordt ze als ‘kwetsbaar’ bestempeld. De opleiding combineren met haar gezin lukt niet meer, dus kiest ze voor parttime werk in de thuiszorg. Daar moet ze opnieuw beginnen op niveau 1, met soms geluk op niveau 2 – niet alleen in haar functie, maar ook in de opleiding. Niet omdat ze dat niveau nodig heeft om te leren, maar omdat het diploma ontbreekt. Iedereen ziet dat ze meer in huis heeft: ze neemt verantwoordelijkheid, heeft inzicht, leert snel. Toch kijken we niet verder dan het papier. Dus beginnen we opnieuw. Onderaan.

Maar wat als we het omdraaien?

Niet starten bij wat ontbreekt, maar bij wat er al is: kennis en ervaring, wat iemand dagelijks laat zien in de praktijk, en wat nodig is om een volgende stap mogelijk te maken – passend bij het leven dat iemand nu leidt. Dat vraagt tijd, aandacht, oordeelvrij zijn en begeleiding die verder kijkt dan standaardroutes. Opleiding is één manier van ontwikkelen, net zoals werkervaring en privéervaringen dat zijn. Niet iedereen heeft een duw nodig; soms is een hand op de schouder genoeg.

Er was een tijd dat EVC heel normaal was: een erkende manier om ervaring en competenties zichtbaar te maken, niet als snelle oplossing en niet als alternatief “voor wie het niet kan”, maar als serieuze route met zorgvuldige beoordeling. Die kwaliteit is er nog steeds. Wat veranderd is, is de waardering – en daarmee ook het verhaal dat we erover vertellen. Het leven en een carrière zijn een avontuur, en dat mag gezien worden. Fouten maken is ondernemerschap en levert levenslessen op. Mensen (jong en oud) behoeden voor fouten en in een ‘kwetsbare categorie’ plaatsen is al snel betutteling die past bij een risicomijdende samenleving. Willen we zo zijn als Nederland? Wie zijn onze rolmodellen en wat zijn de inspirerende voorbeeldverhalen? Conservatieve influencers als Andrew Tate die nu bij steeds meer jonge mannen voedingsbodem krijgt of inspirerende selfmade kandidaten die hun levenslessen en drijfveren vertalen in mooie resultaten? Denk aan een directeur van een transportbedrijf die zonder diploma’s, maar met vaardigheid en ambitie een mooi internationaal bedrijf heeft opgebouwd. Zoekt niet iedereen naar voorbeelden en een beetje erkenning?

We hebben geen behoefte aan nóg meer analyses over tekorten of verhalen die vooral laten zien wat er misgaat. Wat wél helpt, zijn voorbeelden en verhalen van hoe het kan: mensen die erkend worden voor wat ze al doen, professionals die niet worden teruggezet maar verder geholpen, en organisaties die durven kijken naar ambitie en vaardigheden in plaats van vinkjes. Dat zijn de verhalen die perspectief geven en ervoor zorgen dat mensen graag werken en bij een werkgever willen blijven. Dat is het ondernemerschap dat Nederland nodig heeft.

Als we vooruitkijken naar 2026 en echt werk willen maken van een toekomstbestendige arbeidsmarkt en de aanpak van tekorten, vraagt dat iets van ons allemaal. Het vraagt dat we loslaten dat er maar één juiste route is, en dat we durven vertrouwen op wat mensen laten zien in de praktijk. Valideren past bij deze tijd: bij loopbanen die niet netjes in vakjes passen, en bij mensen met ervaring, veerkracht en een verhaal. Tijd om die verhalen in 2026 te laten zien.

Iedereen bedankt voor het afgelopen jaar. Fijne feestdagen!

Vincent Hoeksema

Directeur Vigor

Inhoudsopgave

Vragen?

Wil je weten of een EVC-onderzoek geschikt is voor jou? Of wil je meer weten over onze werkwijze?

Neem gerust telefonisch contact met ons op via: 06 1044 5500.
Of stuur een email naar: info@vigor.nl.

Gerelateerde artikelen

Please select listing to show.